Dit artikel gaat over Ontwikkeling en Opvoeding
Mijn kind vind het moeilijk om samen met andere kinderen te spelen.
Het is een veelvoorkomende zorg van ouders: je kind ziet andere kinderen lekker samen spelen, maar heeft moeite om zelf mee te doen of de aansluiting te vinden. Dat kan best verdrietig zijn om te zien. Geen zorgen, dit is een heel normaal onderdeel van de ontwikkeling en veel kinderen hebben hier in meer of mindere mate last van. Samenspelen is namelijk best ingewikkeld! Het vraagt om allerlei vaardigheden die kinderen stap voor stap leren.
Waarom is samenspelen soms lastig?
Kinderen worden niet geboren met de kennis hoe ze moeten delen, wachten op hun beurt of ruzietjes oplossen. Dit zijn sociale vaardigheden die ze gaandeweg leren, net zoals ze leren lopen en praten. Voor de één gaat dat sneller dan voor de ander. Wat maakt het samenspelen precies een uitdaging?
- Ontwikkelingsfase: Vooral jonge kinderen (tot ongeveer 3 jaar) spelen vaak naast elkaar in plaats van echt samen. Dit heet parallel spel. Pas later leren ze echt samenwerken en overleggen.
- Verschillende karakters: Sommige kinderen zijn van nature terughoudender of juist heel dominant. Dat kan botsen wanneer ze samen moeten spelen.
- Communicatie: Het is lastig om je wensen duidelijk te maken of te begrijpen wat een ander kind wil. Dat leidt soms tot misverstanden of frustratie.
- Emoties reguleren: Delen, verliezen of je zin niet krijgen, roept sterke emoties op. Het leren omgaan met deze gevoelens is een grote opgave voor kinderen.
Wat kun je thuis doen?
Gelukkig zijn er veel dingen die je als ouder kunt doen om je kind te helpen met het leren samenspelen. Geduld en oefening zijn hierbij toverwoorden.
- Geef het goede voorbeeld: Laat zien hoe jij samenwerkt met anderen, bijvoorbeeld door samen te koken of een spelletje te doen. Bespreek wat je doet.
- Benoem wat je ziet: Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat jij graag met die auto wilt spelen en je vriendje ook. Hoe kunnen jullie dat samen oplossen?” Help je kind de gevoelens van zichzelf en de ander te herkennen.
- Oefen met rollenspellen: Speel samen met poppen of knuffels en laat ze samenspelen. Je kunt dan ‘problemen’ in het spel creëren en samen met je kind oplossingen bedenken.
- Korte speelafspraken: Begin met korte, overzichtelijke speelmomenten met één of twee vriendjes. Zo blijft het leuk en kan je kind de indrukken beter verwerken.
- Stimuleer positief gedrag: Geef complimenten als je kind iets probeert, deelt of rekening houdt met een ander, hoe klein de stap ook is. “Wat goed dat je die blokjes even gaf aan je vriendje!”
- Lees boekjes voor: Er zijn veel leuke kinderboeken over vriendschap, delen en samenspelen. Dit helpt je kind te begrijpen wat er gebeurt in sociale situaties.
Speltips voor kleine stapjes
Sommige spelletjes zijn meer geschikt om sociale vaardigheden te oefenen dan andere. Begin klein en bouw het rustig op.
- Samen bouwen: Met blokken, lego of zandkasteel bouwen is een fijne manier om naast elkaar te beginnen en later samen te werken aan één project.
- Knutselen of tekenen: Dit kan ook prima naast elkaar, maar je kunt ook vragen: “Willen jullie samen een grote tekening maken?”
- Bordspellen (voor oudere kinderen): Simpele bordspellen leren je kind om te wachten op de beurt, om te gaan met winnen en verliezen, en om spelregels te volgen.
Wanneer vraag je hulp?
Meestal is wat extra aandacht en oefening voldoende. Maar soms is er meer aan de hand en kan professionele hulp welkom zijn. Het is goed om contact op te nemen met een kinderarts, de huisarts of het consultatiebureau als:
- Je kind structureel geen aansluiting vindt, erg verdrietig is of vaak alleen speelt, terwijl het graag met anderen wil spelen.
- Er veel ruzies zijn die altijd escaleren, of je kind vaak agressief reageert naar andere kinderen.
- Je kind zich extreem terugtrekt of juist heel dominant is, en het je kind in de weg zit in contacten met anderen.
- Je je als ouder ernstige zorgen maakt over de sociale ontwikkeling van je kind en de tips thuis niet voldoende lijken te helpen.
Onthoud: elk kind ontwikkelt in zijn eigen tempo. Het belangrijkste is dat je kind zich prettig voelt en stappen maakt op zijn of haar eigen manier. Weet dat je er niet alleen voor staat en dat het heel normaal is om hulp in te schakelen wanneer je die nodig hebt.